zondag 21 juni 2015

Seattle Vancouver Whistler Lillooet

Seattle Everett Vancouver Whistler Lillooet(Canada)

Na een heerlijke dag in Seattle is onze volgende stop Everett. Dee Anne en Ashley, dochter en schoonzoon van Lydia Lommers hebben ons uitgenodigd. We kunnen bij hen op het terrein parkeren. Het is de eerste keer dat we elkaar ontmoeten; zij zijn onlangs van de oostkust verhuisd naar de Pacific Coast. We maken kennis en genieten van de gastvrijheid. Internet, wassen, er wordt zelfs voor ons gekookt! We doen de Boeing Tour, indrukwekkend om te zien hoe de Boeing 747, 777 en de Dreamliner gebouwd worden. Onze gids legt van alles uit, we zien de Dreamlifter landen en later weer opstijgen om onderdelen op te halen. Chauvinistisch als de Amerikanen zijn, hebben ze een gezegde: ‘If it’s not a Boeing, I’m not going’.
Daarna verder naar Mount Vernon, naar familie van Binne en Marinus Roorda uit Voorthuizen, Dick en Olga van der Kooij. Zij blijken een paar maanden geleden verhuisd. Ook hier worden we gastvrij ontvangen.
Op naar Vancouver. We parkeren de RV ’s morgens vroeg in Stanley Park en pakken de fietsen. Eerst fietsen we de Sea Wall door het park, een fietspad van zo’n 8 km langs de kust met prachtig uitzicht op Vancouver, de bergen en het water. Na een rustpauze verkennen we de stad, ook op de fiets. Cruiseschepen, watervliegtuigen, ferry’s, plezierjachten; het is een drukte van belang. We rijden daarna via een schitterende route langs de Strait of Georgia door naar Squamish. 
Whistler is de volgende stop. We lopen door de wintersportplaats, zien jongelui met mountainbikes de stoeltjesliften ingaan en even later full speed naar beneden komen. We lopen naar de Upper Village, maken een bergwandeling en bekijken de Olympic Plaza. Verder via Pemberton richting Lillooet. Prachtig! Dan gaan we omhoog en we blijven maar stijgen. Dat stond niet op onze kaarten. We doen het rustig aan. Maar ondanks dat krijgen we helaas toch weer problemen met de transmissie. Zelfs zo dat we midden op de weg stil komen te staan en niet meer voor- of achteruit kunnen. Behulpzame Canadezen bellen voor ons een hulpdienst via satelliettelefoon, want mobieltjes hebben hier geen bereik. We regelen het verkeer, worden door een groep mannen achteruit geduwd op een parkeerstrook en na 4 uur verschijnt de takelwagen. Weer moeten we gesleept worden, dit keer gaan we naar Lillooet, het meest noordelijke punt van de reis. Lillooet was in de goldrush na Calgary de grootste plaats ten westen van de Rockies. Vanaf nu is het langzaam afzakken naar San Francisco. Hopelijk zonder steile bergpassen en sleepdiensten. Maar eerst laten we het systeem goed nakijken!








donderdag 11 juni 2015

Enumclaw Seattle

Daar staan we dan bij Ron’s Auto Care. Zondag wordt er niet gewerkt. We hadden ons voorbereid op Mt. Rainier NP, maar niet op Enumclaw. We hebben geen internet, de aandrijfas van de RV is voor het slepen verwijderd; kortom we kunnen vandaag niets. Het is bloedheet. Gelukkig kunneIn we wel de airco gebruiken! Dus houden we het hoofd koel. Zelfs als het meisje van de ‘koffie drive through’ naast ons vraagt of Ron wel weet dat we op zijn terrein aan het kamperen zijn. Kamperen? Daar verstaan we toch iets anders onder.... Ron blijkt een aardige man, maar hij repareert helaas geen transmissies. WeÍl zet hij de aandrijfas er onder en vult de vloeistof bij. Hij rijdt wat heen en weer en kijkt of hij iets ziet lekken. Nee, niets te zien. Hij raadt ons aan op zoek te gaan naar een betrouwbaar bedrijf en het vloeistofpeil goed in de gaten te houden. We wagen het erop, met een flinke hoeveelheid transmissievloeistof op voorraad. Wat zijn we blij dat we rijden! Eerst naar de kust om wat af te koelen en daarna door richting Seattle. We zijn hier nu al drie keer geland, maar hebben de stad nog niet gezien. Het moet er nu van gaan komen. We overnachten op de P&R van de Christian Reformed Church in Bellevue. Een prima plek. Dan Apol geeft ons tips voor ons bezoek aan Seattle de volgende dag. We pakken de bus en rijden naar downtown. Vandaar naar het hoogste gebouw van Seattle, de Columbia Tower. Op de onderste 3 verdiepingen restaurants en winkels, vervolgens met de lift naar de 40e verdieping. Ingrid vindt dit hoog genoeg en neemt een cappuccino bij de Starb ucks daar, Arie zoekt het nog hogerop. Het is een wereld op zich, onwillekeurig gaan onze gedachten naar de Twin Towers. We nemen de Ferry naar Bainbridge Island voor een prachtig gezicht op Seattle, gaan naar Pike’s Place Market, nemen de monorail naar de Space Needle en lopen de heuvel op naar Kerry Park voor de ‘classic view’ op Seattle. Een zeer geslaagde dag en gelukkig wat minder warm. We houden het vloeistofpeil uiteraard goed in de gaten, praten met diverse mensen over transmissies en bezoeken een Ford dealer. Die zegt dat het vaker voorkomt onder ‘extreme’ omstandigheden. Het was inderdaad heet en we hadden een flinke klim moeten maken. Dan kan de vloeistof erg heet worden, uitzetten en wordt er via een veiligheidsklep vloeistof uitgegooid. We zullen nog voorzichtiger zijn en hopen dat het een eenmalig probleem blijkt.





zondag 7 juni 2015

Van Sunnyside naar Enumclaw


Een week die rustig begon en heel anders eindigde dan we hadden gedacht. Nu is het altijd wel zo dat we flexibel moeten zijn als we op reis zijn. ’s Morgens weten we vaak niet waar we ’s avonds overnachten. Maar dat is maandag wel duidelijk. We staan tot vrijdag bij Lydia Lommers in de tuin op het platteland van Sunnyside. In de wei naast ons paarden, in de tuin een ‘wilde’ kat met drie jonkies. We hebben na de intensieve reisweek behoefte aan wat rust. Arie vult de huisaccu’s bij en probeert de generator aan de praat te krijgen, Ingrid doet de was. Met Lydia drinken we koffie, eten ijs en kersen, praten bij, doen spelletjes, o.a. sequence en gaan uit eten bij de Mexicaan. De porties zijn zo groot, dat we de helft meenemen voor de volgende dag, heel gewoon hier. Donderdagavond komen Lydia’s zoon, schoondochter en kleindochter eten. Lydia heeft een heerlijke maaltijd bereid. Vrijdagmorgen nemen we afscheid. We rijden langs Selah waar we de generator een beurt laten geven. Jim spuit wat spul in de carburateur, meet wat door en de generator loopt weer als een zonnetje. Fijn, dat betekent dat we de generator kunnen gebruiken als we niet aan de stroom staan. Daarna rijden we door via de Chinook Scenic Byway richting Mount Rainier NP. We zijn een keer eerder in dit park geweest, maar toen was het zo bewolkt, dat we de berg helaas niet konden zien. Nu is de lucht strak blauw. We overnachten in Pleasant Valley op een prachtige plek. Hier zouden we het nog langer uit kunnen houden, maar de berg roept. We rijden direct naar het hoogste punt in het park, Sunrise Point waar we rondom ons de bergen van de Cascades zien, met als hoogtepunt Mount Rainier met zijn gletsjers. De weg is gisteren pas open gegaan, we boffen! We zijn van plan hier tot maandag te blijven. Als we de RV uitstappen om het uitzicht te bewonderen, zien we een spoor van vloeistof op de grond en zelfs een heel plasje. Arie vertrouwt het niet en gaat het eens goed bekijken. Het blijkt rood te zijn en wat vettig, beslist geen water van de airco o.i.d. Er komen diverse behulpzame mensen langs. Derk, een Amerikaan gaat zelfs onder de RV kijken. De Ford handleiding wordt er bij gepakt en al snel is de conclusie: transmission fluid, de vloeistof van de versnellingsbak. Als we later nog een keer checken, lijkt het peil voldoende om naar beneden te komen. We besluiten daarom eerst een wandeling te maken naar Sunrise Visitor Center over de bergkam met uitzicht op Mount Rainier. We genieten volop, volgens ons is dit de mooiste trail die we hier kunnen doen, we moeten zelfs nog over hele pakken sneeuw. Als we weer bij de RV terug zijn, peilt Arie weer het niveau van de vloeistof en wat blijkt, er zit helemaal niets meer in! Gelukkig staat er net een politieauto. Arie legt het verhaal uit en agent Dan van der Elst zegt dat we niet zelf de berg af kunnen. We zullen ons moeten laten slepen. We bellen de verzekering en de agent regelt een bergingstruck. Wij wachten en genieten van het uitzicht. Er zijn slechtere plekken om met pech te staan. Er verschijnt een glanzend rode truck, de bestuurder neemt zelf eerst een paar foto’s en neemt ons dan op ‘sleeptouw’. We rijden met zo’n 30 km per uur de berg af naar Enumclaw, anderhalf uur verderop waar we de nacht doorbrengen op het terrein van Ron’s Auto Care.




donderdag 4 juni 2015

Mount St. Helens

Mount St. Helens National Monument

Het weer is nog steeds goed. Maar daar zal maandag verandering in komen, zeggen de weerberichten. We besluiten daarom direct door te gaan naar Mt St. Helens, een van de bergen van de Ring of Fire, de vulkanische bergen van de Cascades. Op zondag 18 mei 1980, ’s morgens om 8.32 uur was er een aardbeving van 5.1 op de schaal van Richter en een enorme vulkaanuitbarsting, die de top en de noordflank wegblies. 57 mensen en talloze dieren kwamen om in dit inferno en hele brokken berg en as verwoestten de omgeving. De brede lavastromen lieten enorme verbrande geulen achter in het bos en asregens bedekten alles in de wijde omgeving met een grauwsluier.
We rijden eerst naar Woodland. Hier vandaan kunnen we de zuidkant van de berg zien. Die is nog steeds prachtig! Ook bezoeken we Ape Cave, een lavatunnel die bij  een eerdere uitbarsting gevormd is doordat de buitenkant afkoelde en stolde, terwijl de binnenste lava nog maanden doorstroomde. Je hebt hier letterlijk een lamp voor je voet nodig, want het is aardedonker. Gewapend met diverse lampen lopen we door de tunnel. Helaas de beste lamp begeeft het. We lopen achter behulpzame Amerikanen aan, die ons bijlichten en ons voorzien van een reserve zaklamp.
Vervolgens rijden we naar Castle Rock om bij de noordkant van de berg te kunnen komen. Als we in de blastzone komen kunnen we de verwoeste omgeving en de krater steeds beter zien. Inmiddels hebben we al heel wat verhalen gehoord wat er die dag gebeurd is. Nu ligt de berg met het gapende gat aan onze voeten. Vooral vanaf Johnston Ridge Observatory, waar we van een ranger uitleg krijgen over de processen na de uitbarsting. Het is indrukwekkend.
We overnachten in Castle Rock twee nachten bij de kerk die we die zondag ook bezoeken. We kunnen gebruikmaken van stroom, altijd fijn om de apparatuur weer op te kunnen laden.
Maandag rijden we in de regen via White Pass nogmaals naar Yakima Valley omdat we de familieleden die vorig weekend niet thuis waren graag willen ontmoeten.
Dat de afstanden groot zijn bewijst de teller, die inmiddels op 782 mijl staat.


donderdag 28 mei 2015

Van Yakima naar de Columbia River Gorge


Het is maandagmorgen, tweede pinksterdag. We zijn er klaar voor! Met twee nieuwe voorbanden, een nieuwe accu en uitgelijnde voorwielen. En na een flinke schoonmaakbeurt, na 3 jaar geen overbodige luxe, gaan we beginnen aan onze reis door NoordWest Amerika. We vertrekken vanuit Sunnyside, waar we de laatste twee nachten op het erf stonden bij Henry en Marilyn Van Oostrum- Lommers.

Nadat we dinsdag landden in Seattle, zijn we woensdag met de bus naar Yakima gegaan, een rit van drie en half uur, dwars over de Cascades de woestijn in. Maar de velden zijn groen. Yakima Valley leeft dankzij Yakima River en ook mede door de vele Nederlandse immigranten die met hard weken hier een opbouwden. In Yakima  worden we door Marie, de moeder van Marilyn, van het busstation opgehaald.

We slapen de eerste nachten bij haar en haar man Gene in huis totdat de camper, in Amerika RV genoemd, op orde is. Heerlijk om bij familie op te kunnen starten. We worden door Marie weer flink in de watten gelegd. Breakfast met waffles, Dutch apple pancake, bacon en roerei. Lunch met veggie bagles etc.

De Lommers family heeft ons uitgenodigd voor een BBQ op vrijdagavond. Laat Ingrid die dag net jarig zijn! Cadeautjes, een verjaardagstaart compleet met kaarsjes die door haar moeten worden uitgeblazen en een verjaardagslied. Lang zal ze leven, in het Nederlands natuurlijk.

Op zaterdagmiddag brengen we een bezoek aan John en Glenna Lommers in Toppenish. We praten over de kerk, het indianenreservaat en de irrigatieperikelen in de vallei. Zij nemen ons mee uit eten in een Mexicaans restaurant. Dan rijden we door naar Sunnyside en parkeren we op de drive bij Henry en Marilyn. Zondag gaan we naar de nieuwe Christian Reformed Church, die bestaat uit een Engelstalige en een Spaanstalige gemeente met ieder hun eigen dienst. Wat een gebouw; 2 kerkzalen, een ruimte waar zo een kinderdagverblijf in zou kunnen trekken, een professionele keuken, een bibliotheek en zelfs een gymzaal.

Heel opvallend is dat waar deze zondag in Nederland Pinksteren gevierd wordt, hier de zondag in het teken staat van Memorial Day. Van oorsprong bedoeld om de veteranen te gedenken, inmiddels uitgegroeid tot een dag waarop mensen naar het graf van geliefden gaan en bloemen brengen. Als we hierover praten met de familie blijken ze niet op de hoogte dat het Pinksteren is, het staat ook niet op de kalender. Ze vieren het ook niet. Wel Kerst, Pasen en Hemelvaart. In de dienst blijft het ongenoemd.

Wij gaan ’ s middags met een aantal familieleden naar de begraafplaats. De familie heeft het initiatief genomen een steen te laten plaatsen op het graf van Leendrina Lommers, de eerste vrouw van John (Jan) Lommers. Zij emigreerde  in 1919 met man, zoon Cornelis en schoonzus Cor naar Amerika, waar ze in 1927 overleed. Cornelis stierf 6 jaar later op 23 jarige leeftijd.






donderdag 16 augustus 2012

Glacier NP via British Columbia naar Yakima

Na de nationale parken hebben we nog twee weken voor we in Yakima willen zijn. Dat is nog een mijl of 400 vanaf Glacier NP in zuidwestelijke richting door de woestijn. De temperaturen zijn daar ’s zomers erg hoog (boven de 100° Fahrenheit = meer dan 40° Celsius), dus dat doen we liever niet. We nemen een alternatieve route door de heuvels en een stukje Canada. En dan zie je dat mooie natuur (natuurlijk) niet beperkt is tot de nationale parken. We rijden door nationale bossen (National Forests) in de staten Montana en  Idaho waar het totaal niet toeristisch is British Columbia, Canada in. Voor een nachtje op een camping betaal je in de National Forests zo’n $10 tot $ 20, en je komt op prachtige plekken. Arie kan eindelijk weer eens vissen in rivieren zoals de Kootenai en de Columbia. En laat hij nu drie forellen vangen!  Die worden vakkundig schoongemaakt en met smaak verorberd. Het bezoek aan Canada is maar van korte duur want de volgende dag gaan we de USA alweer in. Natuurlijk worden er weer allerlei vragen gesteld en wordt Arie tot twee keer toe gevraagd zijn zonnebril af te zetten tijdens het ‘interview’. Ook wil de beambte de camper in terwijl wij op de autostoelen moeten blijven zitten. Dan mogen we door. We komen bij Lake Roosevelt Recreation Area, een gebied waar de Columbia River door dammen in een stuwmeer is veranderd. Op de eerste camping staan we helemaal alleen. Langzaamaan zakken we verder tot we bij Lake Wenatchee zijn. Hier blijven we vijf dagen om te relaxen voor we doorrijden naar Yakima. Op de route ligt Leavenworth, een plaatsje waar je je in Duitsland of Oostenrijk zou wanen als je geen Amerikaans zou horen en geen grote Amerikaanse trucks zou zien staan. Al is het nep het is een gezellig plaatsje! In Liberty willen we in de natuur overnachten. Maar voor we er zijn zien we rookpluimen. En als we in het plaatsje een groep mensen met elkaar zien praten, willen we toch wel even weten of er soms iets aan de hand is. En wat blijkt: er is sinds maandag een ‘wildfire’ waarbij  tot nu toe 70 huizen verloren zijn gegaan, 45 vierkante mijl  land is verbrand en 900 mensen zijn geëvacueerd. De meeste bewoners van Liberty hebben hun bezittingen ingepakt en staan klaar om te vertrekken als het moet. Ze adviseren ons zo snel mogelijk door te rijden als de weg tenminste nog niet afgesloten is. Dat doen we dus. We komen steeds dichter bij de brandhaard en zien afgezette wegen, blushelikopters en blusvliegtuigen. We ruiken de rook ,de zon verdwijnt achter rookwolken, het wordt donker en de lucht heeft een onheilspellende oranje gloed die onwerkelijk aandoet. Later lezen we in de krant dat er heel wat professionals en vrijwilligers in de weer zijn om het vuur te bestrijden. We rijden door naar Yakima en zijn voldaan en dankbaar dat we onze route van zo’n 4500 mijl zonder ongelukken of  motorpech hebben kunnen afleggen. En voor al het moois wat we onderweg hebben mogen zien.

In Yakima Valley gaan we tot slot samen met Lydia, Lewie, Kathy, Nicole en Stephanie naar de oude homestead van uncle John. Of beter, wat daar nog van rest. Het is nu een soort schroothoop. Of een junkyard zoals de Amerikanen zeggen. Toch indrukwekkend dat er nog originele spullen van toen te ontdekken zijn. Ook Fort Simcoe is de moeite waard.

Nu gaan we bij Marie en Gene aan de slag met het schoonmaken, opruimen en regelen van dingen voor we a.s. maandag naar Seattle en a.s. dinsdag naar Nederland vertrekken. We hebben gehoord dat het daar nu ook mooi weer is! Fijn om weer naar huis te gaan naar kinderen, kleinkinderen, familie en vrienden. Maar ook een beetje jammer om afscheid te moeten nemen van ons tweede ‘huis’ en de familie hier.
Gezicht op Columbia River vanaf onze plek
Vissen in de Kootenai River


Duitse invloeden in Leavenworth
LakeWenatchee


Wildfire bij Cle Elum
Centrum Leavenworth
Het pomphuis

De homestead van John Lommers








vrijdag 3 augustus 2012

Glacier NP

Logan Pass
Het laatste  nationale park dat deze vakantie op het programma staat is Glacier National Park. Eigenlijk hadden we dit park vorig jaar al aan willen doen, maar toen kwam het er niet meer van. Dus doen we het dit jaar. Net als Yellowstone NP ligt ook Glacier in de Rocky Mountains. Zaterdag komen we, na een mooie tocht langs Flathead Lake, aan in Kalispell, de toegangspoort tot Glacier. Zondag bezoeken we (hoe kan het ook anders) Glacier Church, waar we hartelijk ontvangen worden. Uit de groentetuin bij de kerk krijgen we sla en courgette mee en natuurlijk mogen we op hun terrein blijven staan tot de volgende dag waar we zelfs internet hebben.
Maandag door naar Glacier NP, waar we gelukkig een plekje vinden op Apgar Campground bij Lake McDonald. Net als bij de Alpen liggen er in en rond de Rockies veel meren. In Glacier NP zijn die ook ontstaan door zich terugtrekkende gletsjers veroorzaakt door ‘global warming‘. We pakken de fiets, rijden naar het dorpje en pakken de shuttle bus naar ‘Logan Pass’ oftewel de ‘Going- to- the Sun Road’. Ja, ze zijn hier erg goed in het verzinnen van mooie namen. We stappen bij Avalanche Creek over op een kleiner busje. Als we de pas oprijden snappen we waarom. Dit is een ‘echte’ pas, de eerste. Meestal rijd je gewoon op een twee- of zelfs vierbaansweg naar boven, maar dat gaat hier echt niet. Je mag er dan ook niet met een camper langer dan 21 feet (een meter of 7) op. En ik ben blij, ik zou er niet aan moeten denken dit met de RV te moeten doen. We laten ons lekker vervoeren met de fietsen voorop de shuttle. Eenmaal boven doen we een trail naar ‘Hidden Lake’. Het is prachtig weer, we lopen over glibberige sneeuwvelden, zien mooie alpenweiden, mountain goats, een marmot en worden getrakteerd op een prachtig uitzicht op het meer. Als we weer terug zijn bij de shuttles is het inmiddels zes uur. De eerste bus die aankomt heeft geen fietsenrek voorop en we besluiten ons rustig met de fiets naar beneden te laten zakken. Wat een ervaring! We stoppen regelmatig; alle zintuigen ervaren de overweldigende natuur.  Het grootste gedeelte van het jaar ligt hier sneeuw. Alleen de maanden juli en augustus is alles in bedrijf; een erg kort seizoen. We hebben het erg naar ons zin; het dorpje is ’gezellig’, het is niet te druk, het weer is prima en we kunnen weer eens lekker fietsen! 's Avonds krijgen we op de camping bezoek van een beer die op zo'n 100 meter afstand door het struikgewas voorbij komt scharrelen.
Donderdag rijden we terug naar Kalispell. We parkeren weer bij Glacier Church en ontmoeten Ben en zijn zoon Abe weer, bezig in de tuin van de kerk. We laten ze Dutch pancakes proeven en Abe is gek op spelletjes….Hij leert ons een nieuw kaartspel.
Glacier
Shuttle met fietsenrek


Hidden Lake
Logan Pass Trail naar Hidden Lake


Berggeit met jong
Hidden Lake


Op de trail
Lopen over de gletsjer


Lake McDonald
Rocky Montains