Las Vegas – Ridgecrest CA
‘What brought you to the desert, sir?’, vraagt de jongen met het keurige zigzag patroon geschoren in zijn zwarte kroeshaar die ons helpt met het tanken van lpg. ‘That’s a long story’. We staan op het platteland bij Ridgecrest CA bij en boerenmarktje. De gezelligheid spat er van af. Het is een komen en gaan van boeren die komen tanken en hun inkopen doen in het winkeltje. Je kunt er terecht voor levensmiddelen, veevoeders, kunstmest, machineonderdelen, jachtgeweren en nog veel meer. Op het pleintje voor de winkel is een stalletje waar Mexicanen op sissende schalen hun vers bereide gerechten aanbieden. De geuren komen je tegemoet.
We staan aan het begin van onze nieuwe camperreis. De dag ervoor heeft de Boeing 747 van British Airways ons na een reis van zeventien uur op McCarran International Airport in Las Vegas gedropt. We zijn zo’n beetje de oudste passagiers onder de paar honderd merendeel Britse medereizigers op weg naar hun nieuwste uitspattingen: gokken, goedkope drank en magic shows in de nepomgeving van ondermeer Parijs en Venetië. Welkom in Sin City, dit sprookje in de woestijn waar je ‘s nachts om twee uur grootmoeders tegenkomt met in de ene hand een cigaret en in de andere een bierglas.
We hebben bij Hertz een auto gereserveerd om naar Ridgecrest te rijden. Geen balie in de hal van het vliegveld maar een bus die ons naar het Rental Car Centre brengt. De chauffeur, behulpzaam met de bagage en hopend op een goede fooi, grijnst ‘Come to Las Vegas for gambling, sir? Did you bring your hundred dollar bills?’. In het centrum zijn zo’n tien autoverhuurmaatschappijen geconcentreerd met ieder hun eigen parkeergarage. Wij worden bij Herz vriendelijk te woord gestaan door een dame via een videoscherm met achter zich de setting van een maagdelijk landschap. Na veel gedoe met het checken van de reservering, het tonen van onze ID voor een camera, het swipen van de onvermijdelijke credit card, het afwimpelen van de kostbare extra’s die de vriendelijke dame in het serene landschap ons probeert aan te smeren en het zetten van handtekeningen op een scherm worden onze papieren uitgeprint. Het zou ons niets verbazen als we volgend jaar met een robot te maken krijgen. We halen onze Toyota Corolla op. We fotograferen alle krassen die we kunnen vinden en het lijkt ons verstandig om dat toch maar even aan een medewerker mee te delen. We krijgen een formulier waarop we de krassen aangeven en bij het wegrijden krijgen we de vriendelijke geruststelling dat het wel goed zit.
Op naar het hotel. De Corolla rijdt prima. Met de jaarlijks 37,5 miljoen belasting betalende bezoekers is Las Vegas een rijke stad. Dat vind je terug in de infrastructuur; brede boulevards, groene plantsoenen met watervallen die heel veel kostbaar water vragen, viaducten waar de betonnen onderlaag is gestuct in terra cotta.
De glamour en glitter versus de onttakeling komen we tegen in ons Excalibur Hotel. Om je te registreren voor je kamer moet je door het casino. Honderden gokautomaten, bars, restaurants in een schemerdonkere omgeving, met alom lichtflikkering van reclames en schermen. Honderden, jong en oud, veelal lijdend aan overgewicht, met coctailglas of beker met koffie, asbak met peuken ernaast, zitten op het scherm te staren. ‘s Nachts om vier uur worden we wakker omdat een van de grootmoeders in de kamer naast ons, waarschijnlijk nog met het bier in de hand, zonodig luiddruchtige telefoongesprekken moet voeren. Zonder enige terughoudendendheid mag de hele gang meegenieten. Als we de volgende morgen vroeg uit uitchecken, is het alweer druk bij de automaten en de balies. Life goes on.
Dan op weg naar Ridgecrest, 384 kilometer verderop in de Mojave Desert. Vergezichten, bergen, rotsformaties van lavagesteente, in de zomer een hete oven, nu in het voorjaar goed te doen. Wat zeggen we, het begint te gieten. Enorme hoosbuien. Dat zijn ze hier niet gewend! Binnen een paar mijl zien we op een bergrug vier ongelukken. Een auto ligt op zijn kant in de berm. De inzittenden lijken er goed vanaf te zijn gekomen. Andere auto’s zitten flink in elkaar en ambulances en politie is aanwezig. We schrikken toch wel even, al gunnen we de Californiërs hun regen. Nadat El Niño de afgelopen winter Noord-Californië regen bracht is nu hopelijk het zuiden aan de beurt. We treffen onze camper in goede conditie aan. Hij start gelijk! Joël en Annemieke hebben hem in prima conditie achtergelaten. Het enige dat we moeten zien op te lossen is wel tricky: de stop van de boiler. De kop is er af gescheurd, en de draad zit nog op de schroefdraad van de boiler. De eigenaren van de stalling zijn vriendelijk en behulpzaam. Walt, een zestiger, Harley Davidson type, met lange haren en snor, gaat dit voor ons regelen. In de stromende regen krijgt hij het uiteidelijk voor elkaar: de oude draad er uit en een nieuwe stop er op. ‘How much do I owe you?’, vraag ik hem. ‘Nothing’, zegt hij, ‘pray for me, I have heart surgery tomorrow’. Inderdaad zijn ze de volgende gesloten. We hebben voor hem gebeden.
Na op hun camping overnacht te hebben zijn we dus eerst lpg gaan tanken. Met direct bij de boerenmarkt de geur van het zuidwesten. Het leven in de woestijn is ruig. De mensen zijn ruig. Hier moet je overleven. Afhankelijk van het spaarzame water. Dus de regen is een blessing zei de vriendelijke jongen met het zigzag patroon.
Het is nu zaterdag en we rijden opnieuw dwars door de Mojave Desert naar Lake Havasu, 432 kilometer. Dit is Arizona. En een nieuwe tijdzone. Moet je wel erg in hebben. We vinden in de vrije natuur een prachtige plek op BLM land ( Bureau of Land Management) waar nog zo’n twintig anderen staan. Het is zondag en we nemen een dag rust.
zondag 10 april 2016
dinsdag 5 april 2016
Op weg naar Las Vegas
We gaan het weer proberen. En dan bedoel ik het bijhouden van deze blog als we de komende weken door Amerika gaan reizen. Overmorgen vliegen we met BA naar Las Vegas, overnachten in het Excalibur Hotel & Casino - jawel - en rijden de volgende dag met een huurauto door naar Ridgecrest CA om daar onze camper op te pikken. Die is daar vorig jaar gestrand na een enerverende reis die we waren begonnen in Seattle en via Canada in Death Valley tot zijn einde was gekomen. Klinkt dramatisch, maar dat valt mee hoor! Om een lang verhaal kort te maken, we hadden problemen met de transmissie en uiteindelijk hebben Annemieke en Joel, nadat ze de camper in San Francisco van ons hadden overgenomen, met hun doortastend optreden er voor gezorgd dat de transmissie in Ridgecrest is gerepareerd. Daar staat hij dus nu en daar halen wij hem op.
Overigens was het gedoe met die transmissie een van de redenen dat we vorig jaar ons blog niet vol hebben gehouden. Met camperreizen vertel je nu eenmaal het liefst de succesverhalen en met pech scoor je niet echt! Nee hoor, de reden was dat met de regelmatige problemen in combinatie met de slecht internetverbindingen in sommige gebieden het te veel gedoe gaf om het blog bij te houden. Dit jaar hopen we ons leven te verbeteren. Tot ziens op onze reis!
Overigens was het gedoe met die transmissie een van de redenen dat we vorig jaar ons blog niet vol hebben gehouden. Met camperreizen vertel je nu eenmaal het liefst de succesverhalen en met pech scoor je niet echt! Nee hoor, de reden was dat met de regelmatige problemen in combinatie met de slecht internetverbindingen in sommige gebieden het te veel gedoe gaf om het blog bij te houden. Dit jaar hopen we ons leven te verbeteren. Tot ziens op onze reis!
zondag 21 juni 2015
Lillooet Lynden
Van Lillooet naar Lynden (VS)
Lyle, de eigenaar van de sleepdienst, komt de volgende morgen (woensdag) langs om te kijken hoe het met de RV is. We weten ondertussen dat het bedrijf waar we naar toe gesleept zijn, geen tijd heeft om ons te helpen. Lyle belt met de tweede ‘garage’ die het dorp rijk is. Er zijn nog vier wachtenden voor ons! Misschien kan hij er vrijdag aan beginnen.... We kopen een paar flesjes transmissievloeistof en die gaan helemaal leeg. Lyle rijdt voor ons uit naar een camping en legt uit waar de ‘garage’ precies is. We zien geen lekkage meer en het rijden gaat goed. Voorzichtig rijden we ’s middags naar het dorpje om te internetten en de noodzakelijke boodschappen te doen. Het is hier mooi, ongerept, heet en ruig; de enige woestijn van Canada, zoals inwoners vertellen.
De volgende dag rijden we langs de ‘garage’, een rommelig bedrijfje, waar we horen dat het wel woensdag kan worden als er iets met de transmissie is. We besluiten daarom rustig naar de bewoonde wereld te rijden, nadat we ons ervan hebben verzekerd dat we geen bergpassen tegen zullen komen. Het gaat goed, we rijden door de Fraser Canyon, overnachten in Yale naast het spoor en we weten wat dat betekent...
Vrijdagmiddag komen we in Chiliwack bij een garage. Hier worden we direct geholpen. We vertellen ons verhaal, de monteur rijdt een stukje, zegt dat hij prima schakelt (vonden wij ook) en hij ziet geen lekkage. Hun conclusie: oververhitting van de vloeistof. Een nieuwe, grotere koeling voor de transmissievloeistof moet het probleem oplossen. Het klinkt ons, als amateurs, logisch in de oren en het wordt direct geregeld. We overnachten op een mooie, rustige parkeerplaats bij de plaatselijke Walmart en gaan zaterdag bij Abbotsford de grens over naar Amerika. We rijden naar Lynden, een plaatsje dat voor de helft bestaat uit mensen met een Nederlandse achtergrond, en zetten de RV op het megagrote parkeerterrein van de Sonlight Christian Reformed Church, naast een groot grasveld en met uitzicht op de besneeuwde top van Mount Baker. Een korte wandeling door het plaatsje bepaalt ons bij de Nederlandse roots; een molen, een ‘postkantoor’, een ‘bakkerij’, een muurschildering met een typisch Nederlands tafereel, Nederlandse namen etc.
De kerkdienst doet ons denken aan de diensten van onze gemeente in Voorthuizen-Barneveld, een warme gemeente met veel jeugd en een opbouwende, inhoudelijke preek.
We genieten van de dienst en van de gastvrijheid van de gemeente.
Seattle Vancouver Whistler Lillooet
Seattle Everett Vancouver Whistler Lillooet(Canada)
Na een heerlijke dag in Seattle is onze volgende stop Everett. Dee Anne en Ashley, dochter en schoonzoon van Lydia Lommers hebben ons uitgenodigd. We kunnen bij hen op het terrein parkeren. Het is de eerste keer dat we elkaar ontmoeten; zij zijn onlangs van de oostkust verhuisd naar de Pacific Coast. We maken kennis en genieten van de gastvrijheid. Internet, wassen, er wordt zelfs voor ons gekookt! We doen de Boeing Tour, indrukwekkend om te zien hoe de Boeing 747, 777 en de Dreamliner gebouwd worden. Onze gids legt van alles uit, we zien de Dreamlifter landen en later weer opstijgen om onderdelen op te halen. Chauvinistisch als de Amerikanen zijn, hebben ze een gezegde: ‘If it’s not a Boeing, I’m not going’.
Daarna verder naar Mount Vernon, naar familie van Binne en Marinus Roorda uit Voorthuizen, Dick en Olga van der Kooij. Zij blijken een paar maanden geleden verhuisd. Ook hier worden we gastvrij ontvangen.
Op naar Vancouver. We parkeren de RV ’s morgens vroeg in Stanley Park en pakken de fietsen. Eerst fietsen we de Sea Wall door het park, een fietspad van zo’n 8 km langs de kust met prachtig uitzicht op Vancouver, de bergen en het water. Na een rustpauze verkennen we de stad, ook op de fiets. Cruiseschepen, watervliegtuigen, ferry’s, plezierjachten; het is een drukte van belang. We rijden daarna via een schitterende route langs de Strait of Georgia door naar Squamish.
Whistler is de volgende stop. We lopen door de wintersportplaats, zien jongelui met mountainbikes de stoeltjesliften ingaan en even later full speed naar beneden komen. We lopen naar de Upper Village, maken een bergwandeling en bekijken de Olympic Plaza. Verder via Pemberton richting Lillooet. Prachtig! Dan gaan we omhoog en we blijven maar stijgen. Dat stond niet op onze kaarten. We doen het rustig aan. Maar ondanks dat krijgen we helaas toch weer problemen met de transmissie. Zelfs zo dat we midden op de weg stil komen te staan en niet meer voor- of achteruit kunnen. Behulpzame Canadezen bellen voor ons een hulpdienst via satelliettelefoon, want mobieltjes hebben hier geen bereik. We regelen het verkeer, worden door een groep mannen achteruit geduwd op een parkeerstrook en na 4 uur verschijnt de takelwagen. Weer moeten we gesleept worden, dit keer gaan we naar Lillooet, het meest noordelijke punt van de reis. Lillooet was in de goldrush na Calgary de grootste plaats ten westen van de Rockies. Vanaf nu is het langzaam afzakken naar San Francisco. Hopelijk zonder steile bergpassen en sleepdiensten. Maar eerst laten we het systeem goed nakijken!
donderdag 11 juni 2015
Enumclaw Seattle
Daar staan we dan bij Ron’s Auto Care. Zondag wordt er niet gewerkt. We hadden ons voorbereid op Mt. Rainier NP, maar niet op Enumclaw. We hebben geen internet, de aandrijfas van de RV is voor het slepen verwijderd; kortom we kunnen vandaag niets. Het is bloedheet. Gelukkig kunneIn we wel de airco gebruiken! Dus houden we het hoofd koel. Zelfs als het meisje van de ‘koffie drive through’ naast ons vraagt of Ron wel weet dat we op zijn terrein aan het kamperen zijn. Kamperen? Daar verstaan we toch iets anders onder....
Ron blijkt een aardige man, maar hij repareert helaas geen transmissies. WeÍl zet hij de aandrijfas er onder en vult de vloeistof bij. Hij rijdt wat heen en weer en kijkt of hij iets ziet lekken. Nee, niets te zien. Hij raadt ons aan op zoek te gaan naar een betrouwbaar bedrijf en het vloeistofpeil goed in de gaten te houden. We wagen het erop, met een flinke hoeveelheid transmissievloeistof op voorraad. Wat zijn we blij dat we rijden! Eerst naar de kust om wat af te koelen en daarna door richting Seattle. We zijn hier nu al drie keer geland, maar hebben de stad nog niet gezien. Het moet er nu van gaan komen. We overnachten op de P&R van de Christian Reformed Church in Bellevue. Een prima plek. Dan Apol geeft ons tips voor ons bezoek aan Seattle de volgende dag.
We pakken de bus en rijden naar downtown. Vandaar naar het hoogste gebouw van Seattle, de Columbia Tower. Op de onderste 3 verdiepingen restaurants en winkels, vervolgens met de lift naar de 40e verdieping. Ingrid vindt dit hoog genoeg en neemt een cappuccino bij de Starb ucks daar, Arie zoekt het nog hogerop. Het is een wereld op zich, onwillekeurig gaan onze gedachten naar de Twin Towers. We nemen de Ferry naar Bainbridge Island voor een prachtig gezicht op Seattle, gaan naar Pike’s Place Market, nemen de monorail naar de Space Needle en lopen de heuvel op naar Kerry Park voor de ‘classic view’ op Seattle. Een zeer geslaagde dag en gelukkig wat minder warm.
We houden het vloeistofpeil uiteraard goed in de gaten, praten met diverse mensen over transmissies en bezoeken een Ford dealer. Die zegt dat het vaker voorkomt onder ‘extreme’ omstandigheden. Het was inderdaad heet en we hadden een flinke klim moeten maken. Dan kan de vloeistof erg heet worden, uitzetten en wordt er via een veiligheidsklep vloeistof uitgegooid. We zullen nog voorzichtiger zijn en hopen dat het een eenmalig probleem blijkt.

zondag 7 juni 2015
Van Sunnyside naar Enumclaw
donderdag 4 juni 2015
Mount St. Helens
Het weer is nog steeds goed. Maar daar zal maandag verandering in komen, zeggen de weerberichten. We besluiten daarom direct door te gaan naar Mt St. Helens, een van de bergen van de Ring of Fire, de vulkanische bergen van de Cascades. Op zondag 18 mei 1980, ’s morgens om 8.32 uur was er een aardbeving van 5.1 op de schaal van Richter en een enorme vulkaanuitbarsting, die de top en de noordflank wegblies. 57 mensen en talloze dieren kwamen om in dit inferno en hele brokken berg en as verwoestten de omgeving. De brede lavastromen lieten enorme verbrande geulen achter in het bos en asregens bedekten alles in de wijde omgeving met een grauwsluier.
We rijden eerst naar Woodland. Hier vandaan kunnen we de zuidkant van de berg zien. Die is nog steeds prachtig! Ook bezoeken we Ape Cave, een lavatunnel die bij een eerdere uitbarsting gevormd is doordat de buitenkant afkoelde en stolde, terwijl de binnenste lava nog maanden doorstroomde. Je hebt hier letterlijk een lamp voor je voet nodig, want het is aardedonker. Gewapend met diverse lampen lopen we door de tunnel. Helaas de beste lamp begeeft het. We lopen achter behulpzame Amerikanen aan, die ons bijlichten en ons voorzien van een reserve zaklamp.
Vervolgens rijden we naar Castle Rock om bij de noordkant van de berg te kunnen komen. Als we in de blastzone komen kunnen we de verwoeste omgeving en de krater steeds beter zien. Inmiddels hebben we al heel wat verhalen gehoord wat er die dag gebeurd is. Nu ligt de berg met het gapende gat aan onze voeten. Vooral vanaf Johnston Ridge Observatory, waar we van een ranger uitleg krijgen over de processen na de uitbarsting. Het is indrukwekkend.
We overnachten in Castle Rock twee nachten bij de kerk die we die zondag ook bezoeken. We kunnen gebruikmaken van stroom, altijd fijn om de apparatuur weer op te kunnen laden.
Maandag rijden we in de regen via White Pass nogmaals naar Yakima Valley omdat we de familieleden die vorig weekend niet thuis waren graag willen ontmoeten.
Dat de afstanden groot zijn bewijst de teller, die inmiddels op 782 mijl staat.
Abonneren op:
Posts (Atom)























