vrijdag 15 april 2016

Lake Havasu - Grand Canyon


Lake Havasu – Grand Canyon

Lake Havasu is een afgedamd gedeelte van de Colorado River. Robert McCulloch, een ondernemer, kocht eind jaren zestig London Bridge van de City of London, liet hem ontmantelen en in Lake Havasu City weer steen voor steen opbouwen over een speciaal gegraven kanaal. Bij de brug kwam een hotel in Engelse sfeer met pubs en een brouwerij: The English Village. En jawel, het werd een toeristische trekpleister. Het is een vreemde gewaarwording om over deze typisch Engelse brug te lopen,met de originele bronzen lantaarns en naamsaanduidingen zoals je die overal in Londen tegenkomt. Op het eiland dat ontstond door het graven van het kanaal zijn hotels, speeltuinen, een strand, een jachthaven en een wandelboulevard met uitzicht op het meer. We lopen door deze subtropische oase met geurende oleanders en palmbomen.

De volgende dag rijden we over de Interstate 40 verder riching het oosten. De woestijn verrast steeds weer met zijn schakeringen: rood, bruin, geel. De interstate stijgt en daalt. We passeren af en toe truck stops. Je kunt er tanken, eten kopen, internetten, naar de wc en douchen. Vaak zijn het enorme plaza’s, parkeerterreinen waar je ook kunt overnachten. De stoere trucks met de onverbiddelijke voorbumpers, de grote slaapcabines, ‘breathers’ en uitlaten boven de cabines worden bestuurd door mannen, vrouwen en echtparen. We zien ze bij Dunkin Donuts met eten naar buiten komen en hun veelal zware lijf de cabine inhijsen. Op naar de volgende bestemming.

Williams is onze laatste stop voor Grand Canyon. Hier ging Route 66 dwars doorheen en werd als laatste Interstate 40 omheen gelegd. Ze leven hier van de nostalgie met plenty ‘klassieke’ Route 66 hotels, motels en bars.




Bij Grand Canyon melden we ons optimistisch bij Mather Campground. In deze tijd van het jaar zullen ze wel een plekje hebben. Nee dus, no vacancies. Ingrid heeft ergens gelezen dat National Kaibab Forest net voor de ingang park mogelijkheden biedt om in de natuur te overnachten. Dispersed camping, verspreid kamperen. Dat blijkt te kunnen en zo slapen we twee nachten op een prachtige plek tussen de geurige naaldbomen terwijl we overdag Grand Canyon bezoeken.





Grand Canyon National Park. Een van de zeven wereldwonderen. Ontroerend mooi. We zijn er nu voor de twee keer en komen weer woorden tekort. Bij twee uitzichtpunten zien we bijbelteksten. Een ervan is: ‘Sing to God, sing praises to His name. Lift up a song to Him who rides upon the clouds; His name is the Lord, exult before Him. Ps 68:4.’ Op de eerste dag lopen we eerst een stuk de Canyon in via de South Kaibab Trail. Een belevenis! Daarna laten we ons langs de South Rim naar verschillende uitzichtspunten rijden door de gratis shuttle bus. Op de tweede dag rijden we zelf met de camper langs de Rim naar het oosten. We stoppen bij de uitzichtspunten, nemen onze tijd met een bak koffie met uitzicht op de Canyon. Wat wil een mens nog meer! We verlaten het park en rijden richting Flagstaff. Daar vinden we weer een plekje in het National Forest langs de hellingen van Arizona’s hoogste berg, Humphreys Peak. Aan de andere kant ligt de Snowbowl. Toen we de vorige keer hier waren hebben we in de sneeuw bij de skiliften gestaan. Gaan we nu niet doen.

zondag 10 april 2016

Las Vegas - Ridgecrest

Las Vegas – Ridgecrest CA
‘What brought you to the desert, sir?’, vraagt de jongen met het keurige zigzag patroon geschoren in zijn zwarte kroeshaar die ons helpt met het tanken van lpg. ‘That’s a long story’. We staan op het platteland bij Ridgecrest CA bij en boerenmarktje. De gezelligheid spat er van af. Het is een komen en gaan van boeren die komen tanken en hun inkopen doen in het winkeltje. Je kunt er terecht voor levensmiddelen, veevoeders, kunstmest, machineonderdelen, jachtgeweren en nog veel meer. Op het pleintje voor de winkel is een stalletje waar Mexicanen op sissende schalen hun vers bereide gerechten aanbieden. De geuren komen je tegemoet.

We staan aan het begin van onze nieuwe camperreis. De dag ervoor heeft de Boeing 747 van British Airways ons na een reis van zeventien uur op McCarran International Airport in Las Vegas gedropt. We zijn zo’n beetje de oudste passagiers onder de paar honderd merendeel Britse medereizigers op weg naar hun nieuwste uitspattingen: gokken, goedkope drank en magic shows in de nepomgeving van ondermeer Parijs en Venetië. Welkom in Sin City, dit sprookje in de woestijn waar je ‘s nachts om twee uur grootmoeders tegenkomt met in de ene hand een cigaret en in de andere een bierglas.

We hebben bij Hertz een auto gereserveerd om naar Ridgecrest te rijden. Geen balie in de hal van het vliegveld maar een bus die ons naar het Rental Car Centre brengt. De chauffeur, behulpzaam met de bagage en hopend op een goede fooi, grijnst ‘Come to Las Vegas for gambling, sir? Did you bring your hundred dollar bills?’. In het centrum zijn zo’n tien autoverhuurmaatschappijen geconcentreerd met ieder hun eigen parkeergarage. Wij worden bij Herz vriendelijk te woord gestaan door een dame  via een videoscherm met achter zich de setting van een maagdelijk landschap. Na veel gedoe met het checken van de reservering, het tonen van onze ID voor een camera, het swipen van de onvermijdelijke credit card, het afwimpelen van de kostbare extra’s die de vriendelijke dame in het serene landschap ons probeert aan te smeren en het zetten van handtekeningen op een scherm worden onze papieren uitgeprint. Het zou ons niets verbazen als we volgend jaar met een robot te maken krijgen. We halen onze Toyota Corolla op. We fotograferen alle krassen die we kunnen vinden en het lijkt ons verstandig om dat toch maar even aan een medewerker mee te delen. We krijgen een formulier waarop we de krassen aangeven en bij het wegrijden krijgen we de vriendelijke geruststelling dat het wel goed zit.

Op naar het hotel. De Corolla rijdt prima. Met de jaarlijks 37,5 miljoen belasting betalende bezoekers is Las Vegas een rijke stad. Dat vind je terug in de infrastructuur; brede boulevards, groene plantsoenen met watervallen die heel veel kostbaar water vragen, viaducten waar de betonnen onderlaag is gestuct in terra cotta.

De glamour en glitter versus de onttakeling komen we tegen in ons Excalibur Hotel. Om je te registreren voor je kamer moet je door het casino. Honderden gokautomaten, bars, restaurants in een schemerdonkere omgeving, met alom lichtflikkering van reclames en schermen. Honderden, jong en oud, veelal lijdend aan overgewicht, met coctailglas of beker met koffie,  asbak met peuken ernaast, zitten op het scherm te staren. ‘s Nachts om vier uur worden we wakker omdat een van de grootmoeders in de kamer naast ons, waarschijnlijk nog met het bier in de hand, zonodig luiddruchtige telefoongesprekken moet voeren. Zonder enige terughoudendendheid mag de hele gang meegenieten. Als we de volgende morgen vroeg uit uitchecken, is het alweer druk bij de automaten en de balies. Life goes on.

Dan op weg naar Ridgecrest, 384 kilometer verderop in de Mojave Desert. Vergezichten, bergen, rotsformaties van lavagesteente, in de zomer een hete oven, nu in het voorjaar goed te doen. Wat zeggen we, het begint te gieten. Enorme hoosbuien. Dat zijn ze hier niet gewend! Binnen een paar mijl zien we op een bergrug vier ongelukken. Een auto ligt op zijn kant in de berm. De inzittenden lijken er goed vanaf te zijn gekomen.  Andere auto’s zitten flink in elkaar en ambulances en politie is aanwezig. We schrikken toch wel even, al gunnen we  de Californiërs hun regen. Nadat El Niño de afgelopen winter Noord-Californië regen bracht is nu hopelijk het zuiden aan de beurt. We treffen onze camper in goede conditie aan. Hij start gelijk! Joël en Annemieke hebben hem in prima conditie achtergelaten. Het enige dat we moeten zien op te lossen is wel tricky: de stop van de boiler. De kop is er af gescheurd, en de draad zit nog op de schroefdraad van de boiler. De eigenaren van de stalling zijn vriendelijk en behulpzaam. Walt, een zestiger, Harley Davidson type, met lange haren en snor, gaat dit voor ons regelen. In de stromende regen krijgt hij het uiteidelijk voor elkaar: de oude draad er uit en een nieuwe stop er op. ‘How much do I owe you?’, vraag ik hem. ‘Nothing’, zegt hij, ‘pray for me, I have heart surgery tomorrow’. Inderdaad zijn ze de volgende gesloten. We hebben voor hem gebeden.

Na op hun camping overnacht te hebben zijn we dus eerst lpg gaan tanken. Met direct bij de boerenmarkt de geur van het zuidwesten. Het leven in de woestijn is ruig. De mensen zijn ruig. Hier moet je overleven. Afhankelijk van het spaarzame water. Dus de regen is een blessing zei de vriendelijke jongen met het zigzag patroon.

Het is nu zaterdag en we rijden opnieuw dwars door de Mojave Desert naar Lake Havasu, 432 kilometer. Dit is Arizona. En een nieuwe tijdzone. Moet je wel erg in hebben. We vinden in de vrije natuur een prachtige plek op BLM land ( Bureau of Land Management) waar nog zo’n twintig anderen staan. Het is zondag en we nemen een dag rust.


dinsdag 5 april 2016

Op weg naar Las Vegas

We gaan het weer proberen. En dan bedoel ik het bijhouden van deze blog als we de komende weken door Amerika gaan reizen. Overmorgen vliegen we met BA naar Las Vegas, overnachten in het Excalibur Hotel & Casino - jawel - en rijden de volgende dag met een huurauto door naar Ridgecrest CA om daar onze camper op te pikken. Die is daar vorig jaar gestrand na een enerverende reis die we waren begonnen in Seattle en via Canada in Death Valley tot zijn einde was gekomen. Klinkt dramatisch, maar dat valt mee hoor! Om een lang verhaal kort te maken, we hadden problemen met de transmissie en uiteindelijk hebben Annemieke en Joel, nadat ze de camper in San Francisco van ons hadden overgenomen, met hun doortastend optreden er voor gezorgd dat de transmissie in Ridgecrest is gerepareerd. Daar staat hij dus nu en daar halen wij hem op.

Overigens was het gedoe met die transmissie een van de redenen dat we vorig jaar ons blog niet vol hebben gehouden. Met camperreizen vertel je nu eenmaal het liefst de succesverhalen en met pech scoor je niet echt! Nee hoor, de reden was dat met de regelmatige problemen in combinatie met de slecht internetverbindingen in sommige gebieden het te veel gedoe gaf om het blog bij te houden. Dit jaar hopen we ons leven te verbeteren. Tot ziens op onze reis!

zondag 21 juni 2015

Lillooet Lynden

Van Lillooet naar Lynden (VS)

Lyle, de eigenaar van de sleepdienst, komt de volgende morgen (woensdag) langs om te kijken hoe het met de RV is. We weten ondertussen dat het bedrijf waar we naar toe gesleept zijn, geen tijd heeft om ons te helpen. Lyle belt met de tweede ‘garage’ die het dorp rijk is. Er zijn nog vier wachtenden voor ons! Misschien kan hij er vrijdag aan beginnen.... We kopen een paar flesjes transmissievloeistof en die gaan helemaal leeg. Lyle rijdt voor ons uit naar een camping en legt uit waar de ‘garage’ precies is. We zien geen lekkage meer en het rijden gaat goed. Voorzichtig rijden we ’s middags naar het dorpje om te internetten en de noodzakelijke boodschappen te doen. Het is hier mooi, ongerept, heet en ruig; de enige woestijn van Canada, zoals inwoners vertellen. 
De volgende dag rijden we langs de ‘garage’, een rommelig bedrijfje, waar we horen dat het wel woensdag kan worden als er iets met de transmissie is. We besluiten daarom rustig naar de bewoonde wereld te rijden, nadat we ons ervan hebben verzekerd dat we geen bergpassen tegen zullen komen. Het gaat goed, we rijden door de Fraser Canyon, overnachten in Yale naast het spoor en we weten wat dat betekent... 
Vrijdagmiddag komen we in Chiliwack bij een garage. Hier worden we direct geholpen. We vertellen ons verhaal, de monteur rijdt een stukje, zegt dat hij prima schakelt (vonden wij ook) en hij ziet geen lekkage. Hun conclusie: oververhitting van de vloeistof. Een nieuwe, grotere koeling voor de transmissievloeistof moet het probleem oplossen. Het klinkt ons, als amateurs, logisch in de oren en het wordt direct geregeld.  We overnachten op een mooie, rustige parkeerplaats bij de plaatselijke Walmart en gaan zaterdag bij Abbotsford de grens over naar Amerika. We rijden naar Lynden, een plaatsje dat voor de helft bestaat uit mensen met een Nederlandse achtergrond, en zetten de RV op het megagrote parkeerterrein van de Sonlight Christian Reformed Church, naast een groot grasveld en met uitzicht op de besneeuwde top van Mount Baker. Een korte wandeling door het plaatsje bepaalt ons bij de Nederlandse roots; een molen, een ‘postkantoor’, een ‘bakkerij’, een muurschildering met een typisch Nederlands tafereel, Nederlandse namen etc.
De kerkdienst doet ons denken aan de diensten van onze gemeente in Voorthuizen-Barneveld, een warme gemeente met veel jeugd en een opbouwende, inhoudelijke preek.
We genieten van de dienst en van de gastvrijheid van de gemeente.






Seattle Vancouver Whistler Lillooet

Seattle Everett Vancouver Whistler Lillooet(Canada)

Na een heerlijke dag in Seattle is onze volgende stop Everett. Dee Anne en Ashley, dochter en schoonzoon van Lydia Lommers hebben ons uitgenodigd. We kunnen bij hen op het terrein parkeren. Het is de eerste keer dat we elkaar ontmoeten; zij zijn onlangs van de oostkust verhuisd naar de Pacific Coast. We maken kennis en genieten van de gastvrijheid. Internet, wassen, er wordt zelfs voor ons gekookt! We doen de Boeing Tour, indrukwekkend om te zien hoe de Boeing 747, 777 en de Dreamliner gebouwd worden. Onze gids legt van alles uit, we zien de Dreamlifter landen en later weer opstijgen om onderdelen op te halen. Chauvinistisch als de Amerikanen zijn, hebben ze een gezegde: ‘If it’s not a Boeing, I’m not going’.
Daarna verder naar Mount Vernon, naar familie van Binne en Marinus Roorda uit Voorthuizen, Dick en Olga van der Kooij. Zij blijken een paar maanden geleden verhuisd. Ook hier worden we gastvrij ontvangen.
Op naar Vancouver. We parkeren de RV ’s morgens vroeg in Stanley Park en pakken de fietsen. Eerst fietsen we de Sea Wall door het park, een fietspad van zo’n 8 km langs de kust met prachtig uitzicht op Vancouver, de bergen en het water. Na een rustpauze verkennen we de stad, ook op de fiets. Cruiseschepen, watervliegtuigen, ferry’s, plezierjachten; het is een drukte van belang. We rijden daarna via een schitterende route langs de Strait of Georgia door naar Squamish. 
Whistler is de volgende stop. We lopen door de wintersportplaats, zien jongelui met mountainbikes de stoeltjesliften ingaan en even later full speed naar beneden komen. We lopen naar de Upper Village, maken een bergwandeling en bekijken de Olympic Plaza. Verder via Pemberton richting Lillooet. Prachtig! Dan gaan we omhoog en we blijven maar stijgen. Dat stond niet op onze kaarten. We doen het rustig aan. Maar ondanks dat krijgen we helaas toch weer problemen met de transmissie. Zelfs zo dat we midden op de weg stil komen te staan en niet meer voor- of achteruit kunnen. Behulpzame Canadezen bellen voor ons een hulpdienst via satelliettelefoon, want mobieltjes hebben hier geen bereik. We regelen het verkeer, worden door een groep mannen achteruit geduwd op een parkeerstrook en na 4 uur verschijnt de takelwagen. Weer moeten we gesleept worden, dit keer gaan we naar Lillooet, het meest noordelijke punt van de reis. Lillooet was in de goldrush na Calgary de grootste plaats ten westen van de Rockies. Vanaf nu is het langzaam afzakken naar San Francisco. Hopelijk zonder steile bergpassen en sleepdiensten. Maar eerst laten we het systeem goed nakijken!








donderdag 11 juni 2015

Enumclaw Seattle

Daar staan we dan bij Ron’s Auto Care. Zondag wordt er niet gewerkt. We hadden ons voorbereid op Mt. Rainier NP, maar niet op Enumclaw. We hebben geen internet, de aandrijfas van de RV is voor het slepen verwijderd; kortom we kunnen vandaag niets. Het is bloedheet. Gelukkig kunneIn we wel de airco gebruiken! Dus houden we het hoofd koel. Zelfs als het meisje van de ‘koffie drive through’ naast ons vraagt of Ron wel weet dat we op zijn terrein aan het kamperen zijn. Kamperen? Daar verstaan we toch iets anders onder.... Ron blijkt een aardige man, maar hij repareert helaas geen transmissies. WeÍl zet hij de aandrijfas er onder en vult de vloeistof bij. Hij rijdt wat heen en weer en kijkt of hij iets ziet lekken. Nee, niets te zien. Hij raadt ons aan op zoek te gaan naar een betrouwbaar bedrijf en het vloeistofpeil goed in de gaten te houden. We wagen het erop, met een flinke hoeveelheid transmissievloeistof op voorraad. Wat zijn we blij dat we rijden! Eerst naar de kust om wat af te koelen en daarna door richting Seattle. We zijn hier nu al drie keer geland, maar hebben de stad nog niet gezien. Het moet er nu van gaan komen. We overnachten op de P&R van de Christian Reformed Church in Bellevue. Een prima plek. Dan Apol geeft ons tips voor ons bezoek aan Seattle de volgende dag. We pakken de bus en rijden naar downtown. Vandaar naar het hoogste gebouw van Seattle, de Columbia Tower. Op de onderste 3 verdiepingen restaurants en winkels, vervolgens met de lift naar de 40e verdieping. Ingrid vindt dit hoog genoeg en neemt een cappuccino bij de Starb ucks daar, Arie zoekt het nog hogerop. Het is een wereld op zich, onwillekeurig gaan onze gedachten naar de Twin Towers. We nemen de Ferry naar Bainbridge Island voor een prachtig gezicht op Seattle, gaan naar Pike’s Place Market, nemen de monorail naar de Space Needle en lopen de heuvel op naar Kerry Park voor de ‘classic view’ op Seattle. Een zeer geslaagde dag en gelukkig wat minder warm. We houden het vloeistofpeil uiteraard goed in de gaten, praten met diverse mensen over transmissies en bezoeken een Ford dealer. Die zegt dat het vaker voorkomt onder ‘extreme’ omstandigheden. Het was inderdaad heet en we hadden een flinke klim moeten maken. Dan kan de vloeistof erg heet worden, uitzetten en wordt er via een veiligheidsklep vloeistof uitgegooid. We zullen nog voorzichtiger zijn en hopen dat het een eenmalig probleem blijkt.





zondag 7 juni 2015

Van Sunnyside naar Enumclaw


Een week die rustig begon en heel anders eindigde dan we hadden gedacht. Nu is het altijd wel zo dat we flexibel moeten zijn als we op reis zijn. ’s Morgens weten we vaak niet waar we ’s avonds overnachten. Maar dat is maandag wel duidelijk. We staan tot vrijdag bij Lydia Lommers in de tuin op het platteland van Sunnyside. In de wei naast ons paarden, in de tuin een ‘wilde’ kat met drie jonkies. We hebben na de intensieve reisweek behoefte aan wat rust. Arie vult de huisaccu’s bij en probeert de generator aan de praat te krijgen, Ingrid doet de was. Met Lydia drinken we koffie, eten ijs en kersen, praten bij, doen spelletjes, o.a. sequence en gaan uit eten bij de Mexicaan. De porties zijn zo groot, dat we de helft meenemen voor de volgende dag, heel gewoon hier. Donderdagavond komen Lydia’s zoon, schoondochter en kleindochter eten. Lydia heeft een heerlijke maaltijd bereid. Vrijdagmorgen nemen we afscheid. We rijden langs Selah waar we de generator een beurt laten geven. Jim spuit wat spul in de carburateur, meet wat door en de generator loopt weer als een zonnetje. Fijn, dat betekent dat we de generator kunnen gebruiken als we niet aan de stroom staan. Daarna rijden we door via de Chinook Scenic Byway richting Mount Rainier NP. We zijn een keer eerder in dit park geweest, maar toen was het zo bewolkt, dat we de berg helaas niet konden zien. Nu is de lucht strak blauw. We overnachten in Pleasant Valley op een prachtige plek. Hier zouden we het nog langer uit kunnen houden, maar de berg roept. We rijden direct naar het hoogste punt in het park, Sunrise Point waar we rondom ons de bergen van de Cascades zien, met als hoogtepunt Mount Rainier met zijn gletsjers. De weg is gisteren pas open gegaan, we boffen! We zijn van plan hier tot maandag te blijven. Als we de RV uitstappen om het uitzicht te bewonderen, zien we een spoor van vloeistof op de grond en zelfs een heel plasje. Arie vertrouwt het niet en gaat het eens goed bekijken. Het blijkt rood te zijn en wat vettig, beslist geen water van de airco o.i.d. Er komen diverse behulpzame mensen langs. Derk, een Amerikaan gaat zelfs onder de RV kijken. De Ford handleiding wordt er bij gepakt en al snel is de conclusie: transmission fluid, de vloeistof van de versnellingsbak. Als we later nog een keer checken, lijkt het peil voldoende om naar beneden te komen. We besluiten daarom eerst een wandeling te maken naar Sunrise Visitor Center over de bergkam met uitzicht op Mount Rainier. We genieten volop, volgens ons is dit de mooiste trail die we hier kunnen doen, we moeten zelfs nog over hele pakken sneeuw. Als we weer bij de RV terug zijn, peilt Arie weer het niveau van de vloeistof en wat blijkt, er zit helemaal niets meer in! Gelukkig staat er net een politieauto. Arie legt het verhaal uit en agent Dan van der Elst zegt dat we niet zelf de berg af kunnen. We zullen ons moeten laten slepen. We bellen de verzekering en de agent regelt een bergingstruck. Wij wachten en genieten van het uitzicht. Er zijn slechtere plekken om met pech te staan. Er verschijnt een glanzend rode truck, de bestuurder neemt zelf eerst een paar foto’s en neemt ons dan op ‘sleeptouw’. We rijden met zo’n 30 km per uur de berg af naar Enumclaw, anderhalf uur verderop waar we de nacht doorbrengen op het terrein van Ron’s Auto Care.