vrijdag 1 april 2011

Benzine en water

Het leuke van een camper is dat je de wereld kunt verkennen in je eigen huis. Het voordeel is dat, waar je ook bent, je het gevoel hebt thuis te zijn. Je rijdt er duizenden kilometers mee, door zon, regen en wind. Hij laat je niet in de steek en je gaat je eraan hechten.

Nou kan hij wel tegen een stootje. Om te beginnen zorgt een Ford V-10 motor voor de nodige power, ook bij steile passen. En bij het ontwerp gingen degelijkheid en veiligheid voor gewichtsbesparing. Maar goed ook, want in Death Valley hadden we twee nachten een stevige storm. Maar hij stond als een huis. Vaak heb je te maken met grote temperatuursverschillen, dus krimp en uitzetting. Na een koude nacht , als de zon opkomt en de temperatuur stijgt, hoor je de camper werken.

Je moet natuurlijk wel goed zorgen voor dit werkpaard. Zo lust hij wel een slokje benzine. Hij rijdt een op vijf. Een gallon, ongeveer 3,7 liter, kost in Arizona $ 3.50 en in Californië $4.00 (hogere tax). Gelukkig staat daar tegenover dat de dollarkoers voor ons gunstig is: ongeveer $ 1.39 voor € 1.00. Ook controleren we elke week de bandenspanning en het oliepeil van niet alleen de motor maar ook dat van de generator. De laatste zorgt voor de 120 V stroomvoorziening.

Daarnaast hebben we LPG (propane) nodig voor de koelkast, de boiler en de verwarming. Lang niet alle benzinestations leveren het. Dus moet je tijdig op zoek, via internet of door een praatje te maken met pomphouders. Een volle tank kost ongeveer $ 28 en je kunt weer weken vooruit.

De verlichting werkt op huisaccu’s. Echter, het zware werk voor de combimagnetron, de föhn en de airco wordt geleverd door de generator. Op een camping kun je gewoon inpluggen op de elektriciteit en aansluiten op de watervoorziening en de riolering (hook up). Maar in de vrije natuur heb je die voorzieningen niet en moet je zelfvoorzienend zijn. Ook moet je drie tanks in de gaten houden. De watertank (voor de afwas en het douchen) moet vol zijn. De gray water tank (afvalwater van de keuken en het douchen) en de black water tank (toilet) moeten op tijd geleegd worden. Ondanks dat we een controlepaneel hebben die de stand van de tanks aangeeft, kan het wel eens misgaan. Zo stond Ingrid onlangs met haar voeten in het douchewater te debberen omdat we de gray water tank niet tijdig geleegd hadden.

We moeten altijd alert zijn waar we water kunnen innemen en waar we het afvalwater kwijt kunnen. Op een camping of in een park geen probleem. Maar vaak staan we op andere plekken zoals Wal-Mart (grote supermarkt annex warenhuis), kerken, of gewoon in de natuur. Gelukkig zijn we inmiddels al heel bedreven in het vinden van dumpstations.

Dumpstations
Je vindt ze langs de snelweg bij rest stops, truck stops en benzinestations. Ook hebben we wel gedumpt bij dumpstations op gemeentewerven. Er bestaan zelfs sites met dumpstations die je kan raadplegen. En als we alleen water willen tanken vragen we het bij de brandweer, de kerk, bij het benzinestation of bij het motel. Of ook aan mensen die buiten een tuinslang hebben liggen. En nooit zegt men nee…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen